Op den Achtsten Augustus des jaars seventienhondert en zeventig compareerden
12 st [stuivers]
8 Augs 1770
compareerden voor mij Agidius Cremer notaris te Amsterdam bij den Edelen Hove van Holland geadmitteerd.
Johan Christoffel Herbel, Jean De Richaud en Elsje Brinkman weduwe van Johannes Erasmus Vijgen alle getuijgen van genoegzamen ouderdom en binnen deze stad wonagtig.
Dewelke ter Requisitie van Hendrik Jacobs Snijder en die geenen die het verder zoude moge aangaan voor de oprechte waarheid hebben getuijgt en verklaard. Dat zoals hij eerste en zij derde getuijgen verklaaren zijn present geweest bij de belofte en aanneeming door gemelde Hendrik Jacobs Snijder en Sara Vijge onderling aangegaan in de maand April van dit jaar ten huijze van haar derde getuijge om met den anderen een wettig huwelijk [doorgestreept: aan te gaan] te te zullen beginnen en dat wel op aanmaaning [ingevoegd: van hem Hendrik Jacobs Snijder oft [?] haar Sara Vijge] mits elkanderen behoorlijk van te vooren waarschouwende, en zig dan zo ook te zullen onderwerpen de Regtsformalias die daar van hier zijn vigeerende en gebruijkt werden in dezen lande wijders verklaard nog hij eerste getuijge en hij tweede getuige Jean De Richaud dat zij getuijgen den Requirant zedert [ingevoegd: lange] jaaren hebben gekent als mede zijne ouderen, en den requirant als [ingevoegd: nog] zijn welkennende en [ingevoegd: welweeten] dat de zelve, zedert [twee woorden onleesbaar doorgekrast] ses jaaren herrewaarts, wanneer hij Hendrik Jacobs Snijder zig alhier met er woon heeft bevonden, hij Hendrik Jacobs Snijder zig aldien tijd ordentelijk heeft gedraagen en metsdien zij getuijgen den selven Hendrik Jacobs Snijder niet anders zijn kennen dan alle leren deugd en ter goeder naam en Faam bij een ieder bekent en [ingevoegd: over] zulks [ingevoegd: aan] hun getuijgen van zijn goedgedrag en compostement in alles kenbaar, en meer dan eens aan [ingevoegd: hun] getuigen gebleeken;
En tot staavinge van dien presenteeren zij getuijgen des noods dit alles met solemneelen Eede te [ingevoegd: willen] sterken en verzoekende teffens, dat daar toe, aan [ingevoegd: den] requerant, [ingevoegd: van deze] wet de afschrift verleent, omme te strecken daaren zo des behooren zal.
Aldus gepasseert in Amsteldam ter presentie van Arnoldus Hijacenthus van Eck en Hendrik van der Heijde als getuijgen
[handtekeningen]
Johann Christoffel Herbel
Jean Le Richaud
x Dit merk is gestelt door Elsje Brinkman wede van Johannes Erasmus Vijge verklarende niet te kunnen schrijven
Arnoldus Hijacenthus van Eck
Hendrik van der heijde
A: Cremer
bron akte: Stadsarchief Amsterdam Notariƫle archieven, archiefnr 5075, inv.nr 15009, akte 17526
De akte is getranscribeerd met behulp van Transkribus. Minimaal verduidelijkingen in de tekst zijn aangebracht.